Onder de diverse complications die onze collectie zouden kunnen aanvullen, is de chronograaf. Deze functie, die het de gebruiker mogelijk maakt om relatief korte tijdsintervallen te meten, is een van de meest gecompliceerde uurwerken om te vervaardigen. Maar wat is nu precies een chronograaf-horloge en hoe werkt het mechanisme? Laat ons het uitleggen.
Etymologisch gezien, is de term chronograaf afkomstig van het Griekse khrónos, wat ‘tijd’ betekent, en gráphô, wat staat voor ‘schrijven’: oftewel een chronograaf ‘schrijft de tijd’.
Terwijl de allereerste horloges, die het ons mogelijk maakten om de duratie van een evenement te meten, dateren uit de 18e eeuw, zag de eerste echte chronograaf pas het licht aan het begin van de 19e eeuw. In 1821, registreerde de Franse horlogemaker Nicolas Mathieu Rieussec een patent voor zijn nieuwe uitvinding: een instrument dat de Parijse paardenraces kon timen.
Photo de Dominique Cohas - Fondation de la Haute Horlogerie à Genève
Hij noemde het de ‘chronograaf met secondenindicator’, later ook bekend als de ‘inktchronograaf’. Dit instrument werkte door het gebruiken van een roterende wijzerplaat en een wijzer met een klein inktreservoir. Wanneer een knop werd ingedrukt, liet de wijzer een druppel inkt achter op de wijzerplaat, en noteerde zo het einde van een interval.
Tegenwoordig is de chronograaf een populaire complicatie voor polshorloges, die voor het eerst verschenen aan het begin van de 20e eeuw. Indien je het vergeten was, de term ‘complicatie’ refereert aan een extra functie, naast de tijdweergave.
Of het nu handmatig, automatisch of quartz betreft, een chronograaf heeft twee timingsystemen: een om de tijd weer te geven, de ander om de tijd te meten vanaf een bepaald moment. Dit kunnen seconden, minuten of zelf uren zijn.
Het timingmechanisme wordt gestart en gestopt met behulp van een knop aan de rechterkant van de kast. Met een tweede knop kan de telling worden gereset naar nul.
In dit geval is de centrale wijzer, of secondewijzer, verbonden aan de chronograaffunctie. Het maakt het mogelijk de verstreken seconden te meten, terwijl de reguliere secondewijzer wordt weergegeven op een zogenoemde ‘kleine secondeteller’ op de wijzerplaat. De meerderheid van de chronograaf-horloges bevatten ook een of twee andere tellers: de eerste voor minute en de tweede voor uren (of tienden van seconden op bepaalde modellen).
Bij mechanische horloges, kan een chronograaf worden aangedreven door twee verschillende controlesystemen: een nokkensysteem en een kolomwielsysteem.
Vanuit een technisch oogpunt, werken beide systemen even efficient, al komt het kolomwielsysteem vaker voor in Haute Horlogerie.
Behalve de traditionele chronograaf, zoals hierboven beschreven, zijn er nog drie andere varianten van dit uurwerk:
Het concept van de chronograaf-horloge wordt vaak verward met de chronometer; het verschil, echter, heeft te maken met omvang. Waar de eerste een horlogecomplicatie is, is de tweede een tijdwaarnemingsinstrument met een bijzonder hoge precisie, na het verkrijgen van een inspectiecertificaat uitgegeven door het COSC (Officieel Zwitsers Test Instituut).
Met deze certificering verklaart de organisatie dat het instrument voldoet aan een serie uiterst strikte eisen, na een serie van 7 technische tests uitgevoerd in een laboratorium. Deze tests evalueren de mate van precisie van de chronometer bij temperaturen van 8C, 23C en 38C-graden, en in 5 verschillende posities.
Vergeleken met de klassieke modellen, is een chronograaf dus een multifunctioneel object dat in bepaalde situaties bijzonder praktisch kan zijn. Daarnaast is er natuurlijk zijn unieke ontwerp, dat over het algemeen een bijzondere aantrekkingskracht heeft op horlogeliefhebbers en liefhebbers van complexe en geavanceerde mechanismen.